Ergens in de zon op een terras

“Bij geen gehoor, loop maar achterom”, vertelt een briefje op de voordeur. De zon schijnt hard voor de tijd van het jaar. Aangekomen bij de achterdeur klop ik, maar ik zie en hoor niets. Ik kijk nog maar eens achter me of de ongetwijfeld aanwezige hond al op me af komt, want boerderij en grond. Na een paar minuten duikt er inderdaad een vrolijke, zwart-witte viervoeter op. Voor wie eigenlijk een herder verwachtte (en wat minder goede ervaringen heeft opgedaan) is dit een zeer welkome begroeting. Zijn baas komt erachteraan (hoewel ik later begrijp dat de vrouw des huizes de échte baas is van de in totaal drie honden).

Ik mag plaatsnemen op het terras, met mijn schrijfboek op schoot. Niet de meest ideale houding voor zo’n gesprek, maar met zo’n temperatuur neem je wat je krijgt – en gelukkig is het een A4-blok. We drinken koffie en starten het interview-dat-ik-nooit-interview-noem-maar-een-gesprek. Een gesprek over grotendeels een hoop ellende met af en toe wat hoop, maar dat weten ze natuurlijk zelf wel: daar kom ik voor.

Met een oog dichtgeknepen om het felle licht buiten te sluiten begin ik met vragen en noteren. Even later schuift zijn vrouw aan. Ondertussen probeer ik de grote pindakoek zodanig op te eten dat het mijn vragen stellen en bevestigend knikken en het schrijven niet in de weg zit. Een uitdaging zonder tafel in de buurt. Ik had natuurlijk nee kunnen zeggen, maar ja, het is half vier in de middag en ik wou gewoon graag een koek. Samen vertelt het stel over hoe ze in dit huis terechtgekomen zijn. Na bijna een uur praten zijn we ongeveer bij het ‘nu’; deze woensdagmiddag in februari, het huis zoals het nu is en hun twee kinderen die er ook wonen. Tijd voor een rondleiding.

Verdrietigs
Boven maak ik kennis met hun verstandelijk beperkte zoon. Ik stel hem ook wat vragen, waarvan één vraag met ‘of’ erin. Stom van mij, want zijn antwoord is ‘ja’. Z’n vader verduidelijkt de vraag en er komt een duidelijk antwoord. Buiten gaat het rondje verder. In de tuin rommelt hun dochter. Ik stel haar een vraag en zij antwoordt met een traan die over haar wang rolt. Niet zo heel stom van mij, want door niet-aangeboren hersenletsel kan ze haar emoties haast niet reguleren. Helemaal niet stom trouwens, want ze was met iets verdrietigs bezig. Toch zeg ik dat het niet mijn bedoeling was haar aan het huilen te maken.

Bij het afscheid bedank ik hen voor de gastvrijheid; zij bedanken mij, onder andere omdat het “fijn was eens op deze manier ons verhaal te kunnen doen, van begin tot nu.”

Ik werk bijtend op mijn tong, starend uit het raam en via de backspaceknop het verhaal uit volgens de briefing en stuur het ter akkoord naar ze toe. Nul opmerkingen, behalve een compliment over de uitwerking. En een PS: “We vonden het leuk dat je er was!”.

Voor mij is het éen verhaal.
Voor dit gezin is het hún verhaal.

Ik benijd hen niet, dat heb ik al overstekende van slaapkamer naar slaapkamer opgemerkt.

Ik benijd mezelf wel een beetje; dat ik deze opdracht kreeg en dat ik dit mocht optekenen.

———————————————————————————————

PS. Het artikel is inmiddels gepubliceerd in magazine Dichterbij van Rabobank Kop van Noord-Holland (editie 1, 2019): Eindelijk een eigen stek.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *